Joseph Haydn (1732-1809)
Trio in G groot Hoboken XV:15 (1790)
fluit-cello-piano

Albert Roussel (1869-1937)
Joueurs de Flûte opus 27 (1927)
fluit-piano

Robert Schumann (1810-1856)
3 Fantasiestücke opus 73 (1849)
cello-piano

Pauze (Syrinx van Claude Debussy voor fluit solo)

Frédéric Chopin (1810-1849)
Polonaise opus 26-1 in cis klein (1836)
piano solo

Florent Schmitt (1870-1958)
Chant Elégiaque (1903)
cello-piano

Eshkhemet (oude Armeens volksmuziek)
cello solo

George Gershwin (1898-1937)
Porgy and Bess (1935) Arrangement: Arie Boers
fluit-cello-piano

Een ‘Fantastisch’ Programma…..!
Laat u meevoeren door de klanken van die zeldzame creatieve geesten die in staat zijn om u binnen enkele minuten in  een ‘fantastische’ wereld van uiterst originele invallen te brengen, vaak geïnspireerd door poëzie, mythologie en religie; waar ambacht spel wordt, werkelijkheid droom, aarde hemel….

Joseph Haydn, leverancier van vele in opdracht geschreven werken, stijgt ver boven zijn ambachtelijke vaardigheden uit en speelt een prikkelend spel met thema’s, harmonieën en vorm.

Albert Roussel tilt ons op naar mystieke en niet-westerse sferen, waar vier fluitspelers ons een blik gunnen in hun leefwereld.

De heftig bewogen romanticus Robert Schumann maakt ons in de oorspronkelijk voor klarinet en piano  gecomponeerde ‘Fantasiestücke’ deelgenoot van zijn poëtische tederheid en vurige energie, daarbij op grillige wijze uitdrukking gevend aan zijn gemoed…

Daarna wijzen de amoureuze intenties van Syrinx en Pan ons de weg terug naar het toneel, precies zoals Claude Debussy het bedoelde, namelijk als muzikale ondersteuning van een toneelstuk.

Zo zijn we in de wereld van twee andere geliefden aanbeland, Frédéric Chopin en George Sand: de Fantaisie opus 26-1 wordt door Liszt beschouwd als een dialoog tussen de overgevoelige componist en de schrijfster en feministe  avant-la-lettre George Sand.

Klagende celloklanken, zwevende guirlandes en akkoorden in de piano, op zoek naar vrijheid van harmonie en timing: Wagneriaanse Jugendstil in de Chant Elégiaque van Florent Schmitt, als een geparfumeerde brief op de leestafel  van Louis Couperus….

Eenzaam klinkt de doudouk….de avond valt en een roodgouden gloed kleurt de Armeense bergen; bij de waterput een dromend ezeltje….

En tenslotte de dramatische en hartstochtelijke liefde tussen Porgy en Bess, die George Gershwin in een heel persoonlijke stijl verklankt: Intiem verlangen, passie en gevaar; een synthese van jazz en klassiek.