Joseph Haydn (1732-1809)
Trio in G groot, Hoboken XV:15 (1795)
fluit-cello-piano

Francis Poulenc (1899-1963)
Sonate (1957)
fluit-piano

Bohuslav Martinu (1890-1959)
Variations sur un thème Slovaque (1959)
cello-piano

Pauze (Syrinx van Claude Debussy voor fluit solo)

Frédéric Chopin (1810-1849)
Polonaise opus 26-1 in cis klein (1836)
piano solo

Eshkhemet (oude Armeens volksmuziek)
cello solo

Florent Schmitt (1870-1958)
Chant Elégiaque (1903)
cello-piano

George Gershwin (1898-1937)
Porgy and Bess (1935) Arrangement: Arie Boers
fluit-cello-piano

Programmatoelichting
Grensoverschrijdend is het palet aan culturen dat in dit programma doorklinkt. Van het ver in het oosten gelegen Armenië tot het westen voorbij de oceaan, van eenvoudige volksmuziek tot swingende jazz. En daartussen een diversiteit aan Europese muziektalen, grenzeloos spannend…!

Joseph Haydn, leverancier van vele in opdracht geschreven werken, stijgt ver boven zijn ambachtelijke vaardigheden uit en speelt een prikkelend spel met thema’s, harmonieën en vorm.

Francis Poulenc droeg zijn fluitsonate op aan Elisabeth Sprague Coolidge, de beroemde Amerikaanse mecenas zonder wie de 20ste-eeuwse kamermuziek heel wat meesterweken had moeten missen. De fluitsonate is een werk van klassieke proporties dat duidelijk Poulencs stilistische handtekening draagt. Zo zijn er de abrupte stemmingswisselingen in het openingsdeel, waar het melancholische hoofdthema plotseling wordt afgewisseld met ‘kwajongensachtige’ noten. Het tweede deel is een dromerige cantilena. Ook in dit deel wisselt de stemming na enige tijd door abrupte noten in het hoogste register van de fluit om daarna weer terug te keren naar de oorspronkelijke sfeer. Of wat te denken van het slotdeel, dat met zijn grillige accenten veel weg heeft van een Haydn-parodie?

Bohuslav Martinu begon met een studie viool maar werd van het conservatorium gestuurd wegens ‘hardnekkige achteloosheid’. Uiteindelijk wordt hij een zeer productieve componist en schrijft opera’s, balletmuziek, kamermuziek, liederen en symfonisch werk. Zijn cellosonates (met name de tweede) behoren tot het mooiste wat er in de twintigste eeuw is geschreven voor cello en piano. ‘Variations sur un thème Slovaque’ schreef Martinu gedurende zijn laatste levensjaar in Zwitserland.

De amoureuze intenties van Syrinx en Pan wijzen ons vervolgens de weg naar het toneel, precies zoals Claude Debussy het bedoelde, namelijk als muzikale ondersteuning van een toneelstuk.

Uit de zwevende klanken van Debussy doemt een thema van Frédéric Chopin op, waarmee we middenin de Polonaise in cis klein beland zijn. Maar na de romantische pianostijl keren we toch weer terug naar de ijle Debussy sferen van Claude Debussy…

Eenzaam klinkt de doudouk….de avond valt en een roodgouden gloed kleurt de Armeense bergen; bij de waterput een dromend ezeltje….

Klagende celloklanken, zwevende guirlandes en akkoorden in de piano, op zoek naar vrijheid van harmonie en timing: Wagneriaanse Jugendstil in de Chant Elégiaque van Florent Schmitt, als een geparfumeerde brief op de leestafel  van Louis Couperus….

En tenslotte de dramatische en hartstochtelijke liefde tussen Porgy en Bess, die George Gershwin in een heel persoonlijke stijl verklankt: intiem verlangen, passie en gevaar; een synthese van jazz en klassiek.